Tussen de boekenrekken, aan de Naamsestraat

“Ja, maar wie zal ons genezen van het doffe vuur, van het kleurloze vuur dat bij het vallen van de avond door de rue de la Huchette holt, dat uit de vermolmde portieken kruipt, uit de smalle vestibules, van het gestalteloze vuur dat de stenen likt en op de loer ligt in de deuropeningen; hoe kunnen wij onszelf reinigen van de zoete verzenging die verder vreet, die zich voorgoed in ons nestelt verweven met tijd en herinnering, met de kleverige substanties die ons aan deze kant houden, die ons op zoete wijze zal verteren tot we verast zijn.”

(Julio Cortàzar: Rayuela: een hinkelspel. Vertaald door Barber van de Pol.- Amsterdam: Meulenhoff 1973 (4e druk: 1984), p.361)

Een gedachte over “Tussen de boekenrekken, aan de Naamsestraat

  1. jan jacquemyn zegt:

    Het vuur, dat dof en kleurloos gloeit, is te vinden in de verste uithoek van je eigen ziel. Niet die ziel uit zielig, wel de ziel uit je lijf: de gloed van duizend eeuwen vergetelheid, de erfenis van kromme stamcellen, de vloek van het eerste sjamanistisch geloof, de wedergeboorte van ontelbare pietluttigheden, de enige zin van er te zijn … En niemand zal ons bevrijden, niets zal ons begeleiden, enkel jij en ik bestaan als jij en ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s