Aankondiging van een zin

“Mais précisément: j’ai toujours eu envie d’argumenter mes humeurs; non pour les justifier; encore moins pour emplir de mon individualité la scène du texte; mais au contraire, pour l’offrir, la tendre, cette individualité, à une science du sujet, dont peu m’importe le nom, pourvu qu’elle parvienne (ce qui n’est pas encore joué) à une généralité qui ne me réduise ni ne m’écrase.”

Roland Barthes: La chambre claire. Note sur la photographie.- s.l.: Éditions de l’Étoile, Gallimard, Le Seuil 1980,  p.36-37 (vertaling zie hier op p.26). Een zin met de ademhaling van een mijmering, van de hand van R.B. die 30 jaar geleden stierf, vandaag, negen maanden voor kerstmis (het is vandaag feestdag van Maria Boodschap), wat natuurlijk toeval is, natuurlijk, hoewel de mijmering rond het tegendeel al is opgestegen, want stel: ik vond bij R.B. een zin (die ik nog niet gevonden heb) met iets van een aankondiging, een annunciatio, met een engel die goeiendag zegt, wees gegroet, ave… it’s lady’s day.

Advertenties

Een ars moriendi voor vaderkesdag

“Een seer notabel ende orbaerlic tractaetken twelc dat seer nootelic allen kersten menscen is te hebben binnen haren husen om daerin te leren salichliken te sterven ende den siecken voer te lesen als si vrese der doot hebben, want salichlic te sterven doet eewelic leven.”

Eerste zin uit Een scone leeringe om salich te sterven (ed. B. de Geus, J. van der Heijden, A. Maat en D. den Ouden).– Utrecht: HES Uitgevers 1985, p. 33. De laatste zin luidt: “Gheprent tot Antwerpen in den jare ons Heren dusent vijfhondert, in Die Grote Gulden Mortier aen die Marct.” Zie ook hier. Ter gelegenheid van de feestdag van St. Jozef, tevens patroon van de goede dood. En twee jaar geleden stierf Hugo Claus, ik ben er nog altijd kwaad om. Is de datum die hij koos toeval?

“Adieu schrijven de dichters een leven lang
En vergrijzend als lavendel in november
Blijven zij, gangreen en grap en raadsel,
Erbarmelijk bedelen om mededogen,
Zoals ik voor de sleet op mijn oren en ogen
Die jou beminden, beminnen.”

(Hugo Claus: Dichter. In: Wreed geluk.- Amsterdam: De Bezige Bij 1999, zie ook hier)

In memoriam Paul Van Ostayen

“Een hoge hand steekt in de nacht
en zij steekt vóór de nacht
omdat de nacht alleen is gene blauwheid
aan ’t einde van mijn ogen
en vóór de blauwe nacht schuift éen witte duif
zo een witte haas schuift voor uw ogen
over de straat neem u in acht
hij draagt uw leven over
van d’ene schaal naar d’andere
en gij weet niet
wat dit beduidt”

(Mythos uit Nagelaten gedichten. Zie ook hier)

Satzbau

“Nee,
het is een aandrang in de hand,
van op afstand bestuurd, een hersenaanleg,
wellicht een verlate heilbrenger of totemdier,
op kosten van de inhoud een formele priapismus,
het zal wel overgaan,
maar op dit moment is de zinsbouw
het primaire.”

“Nein,
es ist ein Antrieb in der Hand,
ferngesteuert, eine Gehirnanlage,
vielleicht ein verspäteter Heilbringer oder Totemtier,
auf Kosten des Inhalts ein formaler Priapismus,
er wird vorübergehen,
aber heute ist der Satzbau
das Primäre.”
(uit het gedicht Satzbau van Gottfried Benn, gepubliceerd in 1950, zie ook hier)

De verloren zoon reloaded

“Daarbij moet ik u nog zeggen, moeder, dat ieder van ons schuldig is tegenover alle anderen en ik meer dan wie ook.”

(Fjodor Dostojewski: De gebroeders Karamazov.- Amsterdam: Van Oorschot 1972, p. 356)

“Lief moedertje, mijn eigen lief moedertje, iedereen is werkelijk tegenover alle mensen voor alles schuldig, maar niemand beseft het, als ze het echter beseften, dan zou het meteen een paradijs worden!”
(Ib.: p.368)

Mouchoir taché de sang

“In een kamerjas, een vilten hoed op zijn hoofd, een grote zakdoek met bloedvlekken over zijn gezicht, een fluitje hangend aan zijn nek, een deken over de knieën, dikke sokken aan zijn voeten, leek Hamm te slapen.”

(eigen vertaling van)

“En robe de chambre, coiffé d’une calotte en feuttre, un grand mouchoir taché de sang étalé sur le visage, un sifflet pendu au cou, un plaid sur les genoux, d’épaisses chausettes aux pieds, Hamm semble dormir.”

(Samuel Beckett: Fin de partie.- Paris: Editions de Minuit 1957, p.13)

“In a dressing-gown, a stiff toque on his head, a large blood-stained handkerchief over his face, a whistle hanging from his neck, a rug over his knees, thick socks on his feet, Hamm seems to be asleep.”

(Samuel Beckett: Endgame.- In: Endgame & Act without words.- New York: Grove  Press 2009, p.8)