Deb Olin Unferth

“En het is mogelijk dat iemand, een vreemdeling, haar zag vanop een afstand en wist wat ze was: gestoord – en die vreemdeling kan daar nog altijd ergens zijn met die gedachte die geen naam heeft enkel het gezicht – de gedachte refereert naar niks – die vrouw, die vrouw met haar gek uiterlijk, wat een kluns.”

(eigen vertaling van de zelf gepunctueerde zin) 

“And it is possible that somebody, a stranger, saw her from a distance and knew what she was: fucked up – and that stranger may still be out there with that thought that doesn’t have a name, only the face – the thought is attached to nothing – that woman, that odd looking woman, what a fuck-up.”

(uit Deb Olin Unferth’s Deb Olin Unferth in: Minor Robberies.- McSweeney’s 2007. Zie ook hier)

Een gedachte over “Deb Olin Unferth

  1. JaJa zegt:

    Omdat er (iemand begon) gezegd werd dat hij een achterlijke kluns was, dachten de mensen die dat hoorden dat hij werkelijk een achterlijke kluns was, hoewel ze hem niet kenden en hem nog nooit gezien hadden, namen ze die uitspraak voor waar aan en bleven ze de spot drijven met het spookbeeld van achterlijke kluns; echter toen bleek dat de achterlijke kluns (na grondige onderzoeksjournalistiek) een hoogbegaafde en onbegrepen toffe knul was, wendden de ogen zich naar de persoon die de gedachte ‘achterlijke kluns’ in de wereld had gestuurd, met als gevolg dat de bedenker van die eerste gedachte zelf de achterlijke kluns werd met in zijn kielzog zijn achterlijke volgelingen; en dat laatste werd de journalist kwalijk genomen omdat hij zijn bronnen niet goed had geraadpleegd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s