Vlaanderen met de vaandel

“Aan zijn gordel hing een rij strandkeien, die bij elke beweging van zijn vervaarlijk lijf rammelden en waarin met primitief doch treffend vakmanschap de clantekens waren gegrift van vele Vlaamse helden en heldinnen uit de oudheid: Jan Breydel, Pieter De Coninck, Joe English,  Willem die Amok maakte, de gebroeders Van Raemdonck, pastoor Veltmans, Hendrik van Veldeke, E.H. dokter P. Van der Meulen,  Priester Poppe en Daens, Damiaan, Van Artevelde, Charles De Gaulle Van de Walle, baron Charles Joseph Marie Ghislain d’Udekem d’Acoz, de vos Reynaert, Tijl Uilenspiegel,  Adam en Eva, Ludwig van Beethoven, Willem Baudaert die zich ook Baudartius noemde, der Flämung, de moeder van de Makkabeeën, Christoffel Plantijn en Jan Moretus, de man die zijn volk leerde lezen, de man die zijn haar kort liet knippen, Paul Van Ostayen, Maurice Gilliams, Sint Eligius, Jan van Ruusbroec, Sint Jan Berchmans,…”
(eigen vervlaamsing (in progress, vertrekkend van de vertaling van Paul Claes en Mon Nys (De Bezige Bij 1994, p. 315)) van)
“From his girdle hung a row of seastones which dangled at every movement of his portentous frame and on these were graven with rude yet striking art the tribal images of many Irish heroes and heroines of antiquity, Cuchulin, Conn of hundred battles, Niall of nine hostages, Brian of Kincora, the Ardri Malachi, Art MacMurragh, Shane O’Neill, Father John Murphy, Owen Roe, Patrick Sarsfield, Red Hugh O’Donnell, Red Jim MacDermott, Soggarth Eoghan O’Growney, Michael Dwyer, Francy Higgins, Henry Joy M’Cracken, Goliath, Horace Wheatley, Thomas Conneff, Peg Woffington, the Village Blacksmith, Captain Moonlight, Captain Boycott, Dante Alighieri, Christopher Columbus, S. Fursa, S. Brendan, Marshal Mac-Mahon, Charlemagne, Theobald Wolfe Tone, the Mother of the Maccabees, the Last of the Mohicans, the Rose of Castille, the Man for Galway, The Man that Broke the Bank at Monte Carlo, The Man in the Gap, The Woman Who Didn’t, Benjamin Franklin, Napoleon Bonaparte, John L. Sullivan, Cleopatra, Savourneen Deelish, Julius Caesar, Paracelsus, sir Thomas Lipton, William Tell, Michelangelo, Hayes, Muhammad, the Bride of Lammermoor, Peter the Hermit, Peter the Packer, Dark Rosaleen, Patrick W. Shakespeare, Brian Confucius, Murtagh Gutenberg, Patricio Velasquez, Captain Nemo, Tristan and Isolde, the first Prince of Wales, Thomas Cook and Son, the Bold Soldier Boy, Arrah na Pogue, Dick Turpin, Ludwig Beethoven, the Colleen Bawn, Waddler Healy, Angus the Culdee, Dolly Mount, Sidney Parade, Ben Howth, Valentine Greatrakes, Adam and Eve, Arthur Wellesley, Boss Croker, Herodotus, Jack the Giantkiller, Gautama Buddha, Lady Godiva, The Lily of Killarney, Balor of the Evil Eye, the Queen of Sheba, Acky Nagle, Joe Nagle, Alessandro Volta, Jeremiah O’Donovan Rossa, Don Philip O’Sullivan Beare.”

(James Joyce, Ulysses, het cyclopen hoofdstuk, of episode 12)

Angelus

“Ik ben er zeker van dat ik hier in sympathiek gezelschap ben wanneer ik mijn liefde voor boeken verklaar – de werelden die zij bevatten, de opwinding van op hen te jagen, het ritueel van hen te lezen (bij voorkeur in bed) en de warmte van muren vol met hen.”

(eigen vertaling van)

“I’m sure I am in sympathetic company here when I declare my love of books—the worlds they contain, the thrill of hunting them, the ritual of reading them (preferably in bed) and the warmth of walls full of them.”

Openingszin van Rilla Alexander’s guest post op 50 Watts, over haar aanstekelijke Her Idea, al was het maar vanwege de thematiek van het krijgen van ideeën en wat er dan mee te doen; ik kan mij voorstellen (het overkwam mij ooit in halfslapende toestand dat ik dacht) dat zij denkt aan een idee als aan een sans-papiers: hoe ze opduiken uit het donker met grote ogen, er zijn de hachelijke grensovergangen, er is de onterende asielprocedure, er wacht hen een moeilijke integratie, of een uitgeprocedeerd bestaan in een ideeënreservaat: een kunstgalerie, een museum, een boek; alwaar zij hun drama nog even naspelen, zij het verwaterd en zonder existentiële urgentie, als prostitués, voor geld en tot ons aller vermaak; ik las ergens dat een idee tot ons komt als een bedelaar met een boodschap, een boodschapper die bedelt om aandacht, het is moeilijk hem te verstaan, het is moeilijk ook hem te identificeren; beeld van gebroken vleugels in een groeve.

No-flyzone

“Ze lijken op proza en gedragen zich als gedichten, omdat ze, ondanks de overmacht, zichzelf omvormen tot vliegenvangers voor onze verbeelding.”

(eigen vertaling van)

“They look like prose and act like poems, because, despite the odds, they make themselves into fly-traps for our imagination.”

(uit Charles Simic’s Prose poetry, een essay uit Hotel Parnassus, de festivalbloemlezing van Poetry International Festival, zie ook hier)

Naar de maat van de eerste knal, met elaboratie

“Verinniging die vroom beperkt; exaltatie die tot het lucht-ijle uitzet; en ook wel de vervoering in geestelijke cirkelen die nimmer strand raken dan in God; heel deze primitieve, etymologisch te bewijzen aesthetiek die met artisterij niets te maken heeft dan bij tweede of derde aanschouwing: Paul van Ostayen wist ze, naar de maat van de eerste knal in zich, en hoe lang de elaboratie van het gedicht mocht duren, op mij over te brengen met een intensiteit die mij een ogenblik zijns gelijke maakt.”

In memoriam Paul van Ostayen (+ 18/03/1928) met een laudatio van Karel Van de Woestijne in: Vandaag, nr. 5, 1929. Geciteerd door Gaston Burssens in: Paul van Ostayen. Zoals hij was en is.- Antwerpen: Uitgeversbedrijf Avontuur 1933, p. 53/54.

Rasselas

“Gij daar die luistert met naïeviteit naar het gefluister van de fantasie, en die graag de fantomen van de hoop achtervolgt; die verwacht dat ouderdom de beloftes van de jeugd zal inlossen, en dat de tekorten van vandaag morgen zullen worden aangevuld, kom erbij en luister naar de geschiedenis van Rasselas, prins van Abyssinië.”

(eigen vertaling van)

“Ye who listen with credulity to the whispers of fancy, and pursue with eagerness the phantoms of hope; who expect that age will perform the promises of youth, and that the deficiencies of the present day will be supplied by the morrow, attend to the history of Rasselas, Prince of Abyssinia.”

(openingszin van Samuel Johnson’s The History of Rasselas, Prince of Abissinia (1759). Zie ook hier)

And then you hear a woman scream your name

“je noemt het een gedicht voor je dochter,
over de hond die overreden raakt door een bestelwagen
en hoe je je erover ontfermde,
het meenam naar de bossen
en het diep, diep begroef,
en dat gedicht bleek zo goed
dat je bijna blij was dat de kleine hond
overreden was, want anders had je nooit
dat goede gedicht geschreven.”
“you call it a poem for your daughter,
about the dog getting run over by a van
and how you looked after it,
took it out into the woods
and buried it deep, deep,
and that poem turns out so good
you’re almost glad the little dog
was run over, or else you’d never
have written that good poem.”
(Raymond Carver, Your dog dies, zie ook hier)