Vonken vliegen de asch van boeken

“Duizenden vonken spatten uit een onnoemelijk grooten vuurpoel op en vlogen in een wervelwind heen en weer, naar alle windstreken de asch van boeken, kostbare stukken uit den eersten tijd der boekdrukkunst, zeldzame manuscripten van de Universiteitsbibliotheek, verspreidend.”

Hervé de Gruben, student en verpleger, in zijn dagboek op 26 augustus 1914 in Leuven (geciteerd in De Standaard van 26/08/2014). “De asch van boeken” lijkt even lijdend voorwerp bij “opspatten” of “vliegen”. Die dan opgerokken moeten worden tot buiten hun gewone doen van intransitief werkwoord. Totdat “verspreidend” de lezer in verwarring brengt, en de woorden zich beginnen herorganiseren.

Advertenties

Zuiderzinnen

“Het beste is om elke dag zonder verwachtingen een stukje naar het zuiden te fietsen.”

Ilja Leonard Pfeiffer over de kunst van het niet te veel plannen en vooruitkijken, in een interview n.a.v. zijn bekroonde roman “La Superba” (Standaard der Letteren 22/08/2014).

Broekmans

“Er was eens lang geleden in die goeie beste ouwe tijd een kakoetjeboe dat de weg af kwam en dat kakoetjeboe dat de weg af kwam, kwam een fijnfijn knulletje tegen dat baby broekmans heette…”

Eerste zin uit James Joyces “Zelfportret van de kunstenaar als jonge man”, vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, en pas uitgegeven bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, zie ook hier.

In 1972 deden Geraldine Franken en Leo Knuth het als volgt (bij De Bezige Bij):

“Eens in langvervlogen tijden en hoe goed waren die tijden niet kwam er een moekoe door de straat en deze moekoe die zo maar eens door de straat kwam ontmoette een lief ietepieterige ventje dat baby toekoe heette…”

Het origineel van 1916 gaat als volgt:

“Once upon a time and a very good time it was there was a moocow coming down along the road and this moocow that was coming down along the road met a nicens little boy named baby tuckoo…”

Ik ben op zoek naar de versie van Max Schuhart in “Het portret van de jonge kunstenaar” (Rotterdam: Ad. Donker 1962) waarmee Joyce mij in langvervlogen tijden tegemoetkwam, en compleet van mijn sokken blies.