Struikgewas

“Ich möchte annehmen, auch ein richtiges Atheistenkind muß, bevor es in das Gottlosigkeits-Stadium seiner Eltern eingehen will, durch ein Dickicht durch, in dem Gott mit jedem Ast den Weg verbaut, und unerreichbar ist, sobald man glaubt, man brauche ihn.”

In eigen vertaling:

“Ik zou willen aannemen, ook een echt atheïstenkind moet, vooraleer het in het goddeloosheidsstadium van zijn ouders wil binnengaan, door een struikgewas heen, waarin God met elke tak de weg verspert, en onbereikbaar is, zodra men gelooft dat men hem nodig heeft.”

Martin Walser: Woran Gott stirbt. Über Georg Büchner.- In: Martin Walser: Aus dem Wortschatz unserer Kämpfe. Prosa, Aufsätze, Gedichte.– Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag 2002 p. 188.

Een gedachte over “Struikgewas

  1. In het dichte letterbos verbouwen schrijvers en lezers telkens de minzame echtheid van een soort gelovig verlangen, een hunkering naar het zuiverste bloed; wanneer dan de wrede realiteit van het duistere opborrelt, beseffen we dat een geloof even feilbaar blijkt dan een ongeloof en dat de mens met al zijn betrachtingen enkel verder leeft in zijn gedane zaken …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s