Nachtegaal in donker woud

“Als er na dit alles een kind langskomt en het leest, en het na lezing zich eigen maakt, en er trouw aan is (of ontrouw, om het even) en het herinterpreteert en het meeneemt op zijn reis naar de rand, en beide worden erdoor verrijkt en het kind voegt een pond aan waarde toe aan de oorspronkelijke waarde ervan, dan hebben we iets voor ons, een machine of een boek, in staat om tot alle mensen te spreken: niet een geploegd veld of een berg, niet een beeld van een donker woud maar het donker woud, niet een zwerm vogels maar de Nachtegaal.”

Eigen vertaling van:

“If after all of this a kid comes along and reads it, and after reading makes it his own, and is faithful to it (or unfaithful, whichever) and reinterprets it and accompanies it on its voyage to the edge, and both are enriched and the kid adds an ounce of value to its original value, then we have something before us, a machine or a book, capable of speaking to all human beings; not a plowed field but a mountain, not the image of a dark forest but the dark forest, not a flock of birds but the Nightingale.”

Roberto Bolano: Translation Is an Anvil. Zie ook hier.- In: Between Parentheses. Essays, articles and speeches 1998-2003.– New Directions 2011.

Advertenties

Vonken vliegen de asch van boeken

“Duizenden vonken spatten uit een onnoemelijk grooten vuurpoel op en vlogen in een wervelwind heen en weer, naar alle windstreken de asch van boeken, kostbare stukken uit den eersten tijd der boekdrukkunst, zeldzame manuscripten van de Universiteitsbibliotheek, verspreidend.”

Hervé de Gruben, student en verpleger, in zijn dagboek op 26 augustus 1914 in Leuven (geciteerd in De Standaard van 26/08/2014). “De asch van boeken” lijkt even lijdend voorwerp bij “opspatten” of “vliegen”. Die dan opgerokken moeten worden tot buiten hun gewone doen van intransitief werkwoord. Totdat “verspreidend” de lezer in verwarring brengt, en de woorden zich beginnen herorganiseren.

Zinnenliefde

“What they really want is to have some kind of firsthand, visceral relationship with a book — to see what it’s like to take a work apart and put it back together — using great stories as structural models, just the way the kids I grew up with in Detroit fell in love with cars by spending weekends trying to make derelict Ford Mustangs run again.”

Dean Pakopoulos: Straight Through the Heart.- In: The New York Times van 22 maart 2013, zie ook hier.

Angelus

“Ik ben er zeker van dat ik hier in sympathiek gezelschap ben wanneer ik mijn liefde voor boeken verklaar – de werelden die zij bevatten, de opwinding van op hen te jagen, het ritueel van hen te lezen (bij voorkeur in bed) en de warmte van muren vol met hen.”

(eigen vertaling van)

“I’m sure I am in sympathetic company here when I declare my love of books—the worlds they contain, the thrill of hunting them, the ritual of reading them (preferably in bed) and the warmth of walls full of them.”

Openingszin van Rilla Alexander’s guest post op 50 Watts, over haar aanstekelijke Her Idea, al was het maar vanwege de thematiek van het krijgen van ideeën en wat er dan mee te doen; ik kan mij voorstellen (het overkwam mij ooit in halfslapende toestand dat ik dacht) dat zij denkt aan een idee als aan een sans-papiers: hoe ze opduiken uit het donker met grote ogen, er zijn de hachelijke grensovergangen, er is de onterende asielprocedure, er wacht hen een moeilijke integratie, of een uitgeprocedeerd bestaan in een ideeënreservaat: een kunstgalerie, een museum, een boek; alwaar zij hun drama nog even naspelen, zij het verwaterd en zonder existentiële urgentie, als prostitués, voor geld en tot ons aller vermaak; ik las ergens dat een idee tot ons komt als een bedelaar met een boodschap, een boodschapper die bedelt om aandacht, het is moeilijk hem te verstaan, het is moeilijk ook hem te identificeren; beeld van gebroken vleugels in een groeve.