Als sneeuw

Het rusten en het wachten
zijn zijn bovenmate zachte
eigenheid eigen,
hij leeft in het zich neerwaarts neigen.

(eigen vertaling van)

Das Ruhen und das Warten
sind seiner üb’raus zarten
Eigenheit eigen,
er lebt im Sichhinunterneigen.

Derde strofe uit “Der Schnee” van Robert Walser. Zie ook hier.

Sneeuwmansgraf

“Door het vlijtige sneeuwen werd het gezicht, de hand, het arme lichaam met de bloedige wonde, de edele standvastigheid, het mannelijke besluit, de moedige dappere ziel toegedekt.”

(eigen vertaling van)

“Von fleissigem Schneien wurde das Gesicht, die Hand, der arme Leib mit der blutigen Wunde, die edle Standhaftigkeit, der männliche Entschluss, die brave tapfere Seele zugedeckt.”

(uit Robert Walsers “kort prozastukje” Schneien (1917; “Tiefer Winter” 2007), zie ook hier)

Erklecklich

“Het sneeuwt, sneeuwt, zoveel als er maar vanuit de hemel neer kan vallen, en dat kan aanzienlijk zijn.”

(vertaling Machteld Bokhove van)

“Es schneit, schneit, was vom Himmel herunter mag, und es mag Erkleckliches herunter.”

(eerste zin van Robert Walsers “kort prozastukje” Schneien (1917; “Tiefer Winter” 2007), zie ook hier)

Feest van epifanieën

“Gazing up into the darkness I saw myself as a creature driven and derided by vanity; and my eyes burned with anguish and anger.”

(James Joyce: Araby.- In: Dubliners.- London/Toronto/Sydney/New York: Granada 1977, p.31)

“His soul swooned slowly as he heard the snow falling faintly through the universe and faintly falling, like the descent of their last end, upon all the living and the dead.”
(James Joyce: The Dead.- In: Ib. p.201)

 Zie ook.

Paf

“Allons, u zult beamen dat u paf zou staan als er nu uit de hemel een wagen neerdaalde om mij mee te nemen, of als de sneeuw ineens vlam vatte.”

(Albert Camus: De val.- Amsterdam: De Bezige Bij 1987, p.117)