Gelijk ’t lijfelijk blazen van den wind

“Zonder toeven of verpoozen, ononderbroken, gehaast, vordert het werk in eenbaarlijk herhalen derzelfde beweging, het een door ’t ander in gang gehouden, voortgestuwd, zonder zichtbaar doel of uitkomst, oneindig, streng en onmeedoogend gelijk de wanhopig gispende regen, ’t lijfelijk blazen van den wind, de onafzienbare grauwheid der wolkenvracht die loodzwaar over de wereld weegt.”

Stijn Streuvels: Het leven en de dood in de ast. Ingeleid en toegelicht door G. Verbeek.– Brugge/Utrecht: Desclée De Brouwer 1969, p. 7/8.

 

Vonken vliegen de asch van boeken

“Duizenden vonken spatten uit een onnoemelijk grooten vuurpoel op en vlogen in een wervelwind heen en weer, naar alle windstreken de asch van boeken, kostbare stukken uit den eersten tijd der boekdrukkunst, zeldzame manuscripten van de Universiteitsbibliotheek, verspreidend.”

Hervé de Gruben, student en verpleger, in zijn dagboek op 26 augustus 1914 in Leuven (geciteerd in De Standaard van 26/08/2014). “De asch van boeken” lijkt even lijdend voorwerp bij “opspatten” of “vliegen”. Die dan opgerokken moeten worden tot buiten hun gewone doen van intransitief werkwoord. Totdat “verspreidend” de lezer in verwarring brengt, en de woorden zich beginnen herorganiseren.

Susurrus

“De lucht    hoe licht ze is
wind onder bomen    een genegen
suizelen    een woord exact
als bladeren    maar lucht zo licht
de stemmen    van mannen en vrouwen
zijn ook zo    een suizelen
binnenin    een herinnering
van weer    het licht van winter
waaiert abrupt    uit
het hart klopt verder    in duisternis.”
“The air    how light it is
wind among trees   a gentle
sussurus    a word exact
as leaves   but air so light
the voices   of men and women
are like that   a sussurus
within    a remembrance
of weather    the light of winter
flaring abruptly    out
the heart beats on   in darkness.”
Theodore Enslin: The weather within.- Zie ook hier. Theodore Enslin stierf op 21 november jl.