Het vuur in de verte

“Want wat was dit toch voor een feest, wat betekende die altijd voortdurende hoogtijd, waar geen einde aan kwam en waar hij al zo lang, altijd al, van zijn kinderjaren af zo vurig naar had verlangd, maar waar hij voor goed van was uitgesloten?”
Prins Mysjkin in Fjodor M. Dostojewski: Verzamelde Werken. De idioot.– Amsterdam: Van Oorschot 1960, p. 521.

Naar aanleiding van de natte sneeuw

“Ik haatte b.v. mijn eigen gezicht, ik vond, dat het weerzinwekkend was, ik liep zelfs met de gedachte rond, dat het de een of andere lage uitdrukking vertoonde en daarom deed ik wanneer ik op kantoor verscheen, iedere keer weer mijn uiterste best om een ongedwongen houding aan te nemen, om dit gezicht een uitdrukking van echte edelmoedigheid te geven, opdat men maar niets gemeens in me zou veronderstellen.”

(uit Dostojewski’s Naar aanleiding van de natte sneeuw. In: Herinneringen uit het ondergrondse.- Utrecht: Veen 1980 (1965), p.76, in een vertaling van S. Van Praag)

“I hated my face, for instance: I thought it disgusting, and even suspected that there was something base in my expression, and so every day when I turned up at the office I tried to behave as independently as possible, and to assume a lofty expression, so that I might not be suspected of being abject.”

(uit de webeditie eBooks@ Adelaide, zie ook hier)

De verloren zoon reloaded

“Daarbij moet ik u nog zeggen, moeder, dat ieder van ons schuldig is tegenover alle anderen en ik meer dan wie ook.”

(Fjodor Dostojewski: De gebroeders Karamazov.- Amsterdam: Van Oorschot 1972, p. 356)

“Lief moedertje, mijn eigen lief moedertje, iedereen is werkelijk tegenover alle mensen voor alles schuldig, maar niemand beseft het, als ze het echter beseften, dan zou het meteen een paradijs worden!”
(Ib.: p.368)

Slippende zinnen

“Nevertheless he was a most intelligent and gifted man, even, so to say, a scholar, though, as far as his scholarship was concerned, well, in a word, his scholarship didn’t amount to much, to nothing at all, I think.”
Uit de openingsscène van Dostojewski’s “De bezetenen”, geciteerd door John Jones als voorbeeld van “a slippage sentence”, zie ook hier.