Groot vuur

“Hoe alles gezegd kan worden, hoe voor alle, voor de vreemdste ingevingen een groot vuur is bereid, waarin zij vergaan en verrijzen.”

“Wie alles gesagt werden kann, wie für alle, für die fremdesten Einfälle ein großes Feuer bereitet ist, in dem sie vergehn und auferstehen.”

Kafka die terugblikt op de toestand waarin hij een verhaal geschreven heeft, en nu weet: “Nur so kann geschrieben werden, nur in einem solchen Zusammenhang, mit solcher vollständigen Öffnung des Leibes und der Seele.” (Franz Kafka: Tagebücher 1910-1923. Herausgegeben von Max Brod. Frankfurt am Main: Fischer Verlag 1973, p. 183). Met Jeff Buckley in gedachten, zie ook hier.

Mollenzinnen

“In de loop van de dag nog een paar ademhalingsoefeningen, en dan kan ik me onder mijn woorden gaan bedelven als een mol die ervoor zorgt zich niet te veel aan het daglicht bloot te stellen.”

(In memoriam Wannes Van de Velde (+10/11/2008), uit zijn Beloken dagen van 2007, en hier uit de mond van Bart Van Loo)

“Diepe stilte; hoe schoon het hier is, niemand bekommert zich ginder om mijn bouwwerk, ieder heeft zijn bezigheden die in geen verhouding tot mij staan, hoe heb ik het klaargespeeld dat te bereiken.”

 (eigen vertaling van)

“Tiefe Stille; wie schön es hier ist, niemand kümmert sich dort um meinen Bau, jeder hat seine Geschäfte, die keine Beziehung zu mir haben, wie habe ich es angestellt, das zu erreichen.”

(Franz Kafka in Der Bau.- In: Sämtliche Erzählungen. Herausgegeben von Paul Raabe.- Frankfurt am Main: Fischer Verlag 1970, p. 382)

Het natuurlijke gebed van de ziel

“Als Kafka niet gebeden heeft – wat wij niet weten – dan was hem toch uitermate eigen, wat Malebranche “het natuurlijke gebed van de geest” noemt – de aandacht.”

“Wenn Kafka nicht gebetet hat – was wir nicht wissen – so war ihm doch aufs höchste eigen, was Malebranche “das natürliche Gebet der Seele” nennt – die Aufmerksamkeit.”

Walter Benjamin: Franz Kafka. Zur zehnten Wiederkehr seines Todestages.- In: Gesammelte Schriften, II-2, werkausgabe Band 5.- Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, p.432.
Bij Malebranche staat: ‘L’attention de l’esprit est la prière naturelle que nous faisons à la Vérité intérieure afin qu’elle se découvre à nous.” (Nicholas Malebranche: Oeuvres complètes, Tome IV: Conversations chrétiennes.- Paris: Vrin s.d., p.11)).
En dan komt (bij Kafka) de in een bepaald opzicht toch wel kolossale zin:

“Und in sie [die Aufmerksamkeit (hh)] hat er [Kafka (hh)], wie die Heiligen in ihre Gebeten, alle Kreatur eingeschlossen.”

“En in haar heeft hij, zoals de heiligen in hun gebeden, alle schepselen ingesloten.”