Muzelmans’ familieplaatje

“Hun leven is kort, maar hun aantal eindeloos: zij, de muzelmannen, de verdronkenen, vormen de ruggegraat van het kamp, een anonieme massa, voortdurend vernieuwd en altijd identiek, van niet-mensen die wandelen en werken in stilte, de goddelijke vonk dood in hen, te leeg reeds om echt te lijden.”

(eigen vertaling van)

“Their life is short, but their number is endless: they, the Muselmänner, the drowned, form the backbone of the camp, an anonymous mass, continually renewed and always identical, of non-men who march and labor in silence, the divine spark dead within them, already too empty to really suffer.”

Primo Levi: Survival in Auschwitz: The Nazi Assault on Humanity.- New York: Simon & Schuster 1996 [first published as If This Is a Man], p. 90. Zie ook hier voor wat achtergrond. En hier (nr.2) voor het onvergetelijke “Muzelman” van Aleksander Kulisiewicz. Giorgio Agamben maakte van de “muselman” een filosofisch onderwerp, zoals bijvoorbeeld hier.
Advertenties

Mozes met zijn bas

“Yidl met de fiedel, Gedalye met de bas
Speelt gij mij een lieke, buiten op ons terras.”

(eigen vertaling van)

“Yidl mitn fidl, Gedalye mitn bas
Shpil-zhe mir a lidl oyfn mitn gas.”

Op de vooravond van de verjaardag van de bevrijding van Auschwitz, het refrein van Tsen Briderhier in een andere versie en gezongen door Zupfgeigenhansel. In memoriam koorleider Martin Rosenberg (+1942), die als gevangene in Sachsenhausen een klandestien koor oprichtte dat enkele jaren in het geheim repeteerde en optrad. Toen het nieuws kwam van het einde, maakte hij op basis van Tsen Brider zijn Jüdischer Todessang of Requiem. In memoriam Aleksander Kulisiewicz die het verhaal van de laatste repetitie vertelde, zie hier vanaf p. 463, de versie die Kulisiewicz zelf vele jaren later zal brengen kan je hier beluisteren.

“Yidl mitn fidl, Moyshe mitn bas,
Shpil-zhe mir a lidl, Men firt mikh oykh tsum gas.”