De vesperzeeman

“It was far down the afternoon; and when all the spearings of the crimson fight were done: and floating in the lovely sunset sea and sky, sun and whale both stilly died together; then, such a sweetness and such plaintiveness, such inwreathing orisons curled up in that rosy air, that it almost seemed as if far over from the deep green convent valleys of the Manilla isles, the Spanish land- breeze, wantonly turned sailor, had gone to sea, freighted with these vesper hymns.”

(Herman Melville: Moby Dick, or, the Whale.- Electronic Text Center, University of Virginia Library, chapter 116, p. 490. Zie ook hier)

“Het was heel laat in de namiddag; en toen al het speerwerk van het bloedige gevecht achter de rug was, en drijvend in de schitterende zonsondergangszee en –lucht, zon en walvis beide stil tesamen stierven, kronkelden er zo’n zoetheid en zo’n klaaglijkheid, zulke omstrengelende gebeden in die rooskleurige lucht omhoog, dat het bijna leek alsof van ver uit de diepe groene kloosterdalen van de Manilla eilanden de Spaanse landwind uit speelsheid zeeman was geworden en zee gekozen had, beladen met deze avondgezangen.”

(Moby Dick. Vertaling Emy Giphart.- Utrecht/Antwerpen: Veen 1961/1989, p. 420)

De schrijvelaar van Muurstraat

“Maar vooraleer de lezer te verlaten, laat mij zeggen, dat indien deze kleine vertelling hem voldoende geïnteresseerd heeft om nieuwsgierigheid op te wekken naar wie Bartleby was, en welke levenswijze hij leidde voorafgaande aan die waarmee de huidige verteller kennismaakte, kan ik enkel antwoorden dat ik in dergelijke nieuwsgierigheid volledig deel, maar geheel onmachtig ben om haar te voldoen.”

“But ere parting with the reader, let me say, that if this little narrative has sufficiently interested him, to waken curiosity as to who Bartleby was, and what manner of life he led prior to the present narrator’s making his acquaintance, I can only reply, that in such curiosity I fully share, but am wholly unable to gratify it.”

(Herman Melville: Bartleby, the scrivener: a story of Wall-street.– Gepubliceerd 1853, zie hier, alinea 250)

Falend waterbeleid

“(…) and if ever the world is to be again flooded, like the Netherlands, to kill off its rats, then the eternal whale will still survive, and rearing upon the topmost crest of the equatorial flood, spout his frothed defiance to the skies.”

(Herman Melville: Moby Dick, or, the Whale.- Voor het eerst uitgegeven in 1851, chapter 105. Zie ook hier)

“(…) en zo ooit de wereld opnieuw overstroomd zou worden om, zoals de Nederlanden, zijn ratten af te maken, dan zal de eeuwige walvis toch blijven leven, en zich verheffend op de hoogste schuimtop van de equatoriale zondvloed zijn schuimende uitdaging ten hemel spuiten.”

(Moby Dick. Vertaling Emy Giphart.- Utrecht/Antwerpen: Veen 1961/1989, p. 393)