Getuigen

“Maar zij, roepende met grote stem,
stopten hun oren,
en vielen eendrachtig op hem aan;
en wierpen hem ter stad uit,
en stenigden hem;
en de getuigen legden hun klederen af
aan de voeten van een jongeling,
genaamd Saulus.”

(Handelingen: 7,57-58 in Statenvertaling van 1977)

“Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen,
stopten hun oren toe
en stormden als één man op hem los;
en zij wierpen hem de stad uit
en stenigden hem.
En de getuigen legden hun mantels af
aan de voeten van een jonge man,
Saulus genaamd.”

(Handelingen: 7,57-58 in NBG-vertaling)