Misery is the river of the world

“Geef mij een beetje ruimte, en ik zet voor je ogen in het kort een verbijsterende, enorme, oneindige oceaan van ongelooflijke waanzin en gekte: een zee vol met schelpen en stenen, zand, golven, euripen en tegenwerkende getijden, vol met angstaanjagende monsters, ruige vormen, roerende golven, stormen, en sirenenkalmtes, halcyonische zeeën, onuitsprekelijke miserie, zo’n komedies en tragedies, zo absurd en ridicuul, wilde en lamentabele driftbuien, dat ik niet weet dat zij eerder te beklagen zijn of bespot, of mogen geloofd worden, hoewel dat we dagelijks hetzelfde gepraktiseerd zien in onze dagen, verse voorbeelden, nova novitia, verse voorwerpen van miserie en waanzin, van het soort dat nog steeds aan ons worden voorgesteld, overzee, thuis, midden onder ons, in onze boezems.”

(eigen vertaling van)

“Give me but a little leave, and I will set before your eyes in brief a stupendous, vast, infinite ocean of incredible madness and folly: a sea full of shelves and rocks, sands, gulfs, euripes and contrary tides, full of fearful monsters, uncouth shapes, roaring waves, tempests, and siren calms, halcyonian seas, unspeakable misery, such comedies and tragedies, such absurd and ridiculous, feral and lamentable fits, that I know not whether they are more to be pitied or derided, or may be believed, but that we daily see the same still practised in our days, fresh examples, nova novitia, fresh objects of misery and madness, in this kind that are still represented unto us, abroad, at home, in the midst of us, in our bosoms.”

(Robert Burton: The anatomy of melancholy. Sect. IV. Memb. I . Subject. I.- Voor het eerst gepubliceerd in 1621. Zie ook hier. En hier natuurlijk.)

Advertenties