Deb Olin Unferth

“En het is mogelijk dat iemand, een vreemdeling, haar zag vanop een afstand en wist wat ze was: gestoord – en die vreemdeling kan daar nog altijd ergens zijn met die gedachte die geen naam heeft enkel het gezicht – de gedachte refereert naar niks – die vrouw, die vrouw met haar gek uiterlijk, wat een kluns.”

(eigen vertaling van de zelf gepunctueerde zin) 

“And it is possible that somebody, a stranger, saw her from a distance and knew what she was: fucked up – and that stranger may still be out there with that thought that doesn’t have a name, only the face – the thought is attached to nothing – that woman, that odd looking woman, what a fuck-up.”

(uit Deb Olin Unferth’s Deb Olin Unferth in: Minor Robberies.- McSweeney’s 2007. Zie ook hier)

Advertenties