Hoe meu’ek da zengen

“ce –
comment dire –
ceci –
ce ceci –
ceci-ci –
tout ce ceci-ci –
folie donné tout ce –
vu –
folie vu tout ce ceci-ci que de –
que de –
comment dire”

(In memoriam Samuel Beckett (+22/12/1989), uit zijn laatste, geschreven Frans (1988) Comment dire, zie ook hier.  Piet Joostens vertaalde in het Opwijks in Yang 2006 nr. 1, zie ook hier)

“tees –
oe noemt dadde –
tees ie –
tees tees ie –
tees ie ie –
al tees getees ie –
dwoas gegeven al tees –
gezien –
dwoas gezien al tees getees ie da te –
da te –
oe noemt dadde”

Advertenties

Mouchoir taché de sang

“In een kamerjas, een vilten hoed op zijn hoofd, een grote zakdoek met bloedvlekken over zijn gezicht, een fluitje hangend aan zijn nek, een deken over de knieën, dikke sokken aan zijn voeten, leek Hamm te slapen.”

(eigen vertaling van)

“En robe de chambre, coiffé d’une calotte en feuttre, un grand mouchoir taché de sang étalé sur le visage, un sifflet pendu au cou, un plaid sur les genoux, d’épaisses chausettes aux pieds, Hamm semble dormir.”

(Samuel Beckett: Fin de partie.- Paris: Editions de Minuit 1957, p.13)

“In a dressing-gown, a stiff toque on his head, a large blood-stained handkerchief over his face, a whistle hanging from his neck, a rug over his knees, thick socks on his feet, Hamm seems to be asleep.”

(Samuel Beckett: Endgame.- In: Endgame & Act without words.- New York: Grove  Press 2009, p.8)

Boven water

“Maar mijn geest die nog altijd, zij het langzamer werkte, hield zich nog altijd bezig met de noodzaak in de rondte te lopen, onophoudelijk in de rondte te lopen, en elke drie of vier rukken veranderde ik van richting, wat me wel geen cirkel maar in ieder geval een grote veelhoek deed beschrijven, men doet wat men kan, en me deed hopen dat ik recht vooruitging, ondanks alles, in rechte lijn, dag en nacht, naar mijn moeder.”

(Samuel Beckett: Molloy.- In: Molloy / Malone sterft / Naamloos.- Amsterdam: De Bezige Bij 1981, p. 99)

 

Ronduit recht

“En daar ik gehoord had of waarschijnlijker nog ergens gelezen had in de tijd dat ik er nog belang bij meende te hebben me te ontwikkelen of me te amuseren of me te bedwelmen of de tijd te doden, dat wanneer men denkt in rechte lijn te lopen in een woud, men in werkelijkheid slechts in de rondte loopt, deed ik mijn best in de rondte te lopen, in de hoop op deze wijze in rechte lijn te lopen.”

(Samuel Beckett: Molloy.- In: Molloy / Malone sterft / Naamloos.- Amsterdam: De Bezige Bij 1981, p. 93/4)