Zwaartekracht

“De  reusachtige keien die juichend van de bergen rollen en vervolgens onbeholpen in de rivier blijven liggen, het vliegtuig dat met bemanning en al brandend omlaag stort, de bommen die dalend hun doel zoeken, die door een kogel getroffen soldaat die ter aarde zijgt, de granaat die even, door de kracht van de worp, een boog beschrijft om daar waar de vijand staat neer te komen, ja, zelfs de uitwerpselen der mensen en dieren, die zich, zo snel als maar mogelijk is, een weg naar beneden banen, al het vallende en dalende: dat is de zwaartekracht, mijn kind, dat is de zwaartekracht.”

Uit: Armando: Ter plekke. De ultrakorte verhalen tot nu toe.- Amsterdam: Atlas Contact 2014, p.102.

Woekerzin

“Or a long sentence moving at a certain pace down the page aiming for the bottom-if not the bottom of this page then some other page-where it can rest, or stop for a moment to think out the questions raised by its own (temporary) existence, which ends when the page is turned, or the sentence falls out of the mind that holds it (temporarily) in some kind of embrace, not necessarily an ardent one, but more perhaps the kind of embrace enjoyed (or endured), by a wife who has just waked up and is on her way to the bathroom in the morning to wash her hair, and is bumped into by her husband, who has been lounging at the breakfast table reading the newspaper, and doesn’t see her coming out of the bedroom, but, when he bumps into her, or is bumped into by her, raises his hands to embrace her lightly, transiently, because he knows that if he gives her a real embrace so early in the morning, before she has properly shaken the dreams out of her head, and got her duds on, she won’t respond, and may even become slightly angry, and say something wounding, and so the husband invests in this embrace not so much physical or emotional pressure as he might, because he doesn’t want to waste anything-with this sort of feeling, then, the sentence passes through the mind more or less, and there is another way of describing the situation too, which is to say that the sentence crawls through the mind like (…).”

Lees verder hier, in Donald Barthelme’s “Sentence”.

Een liplap

“Een liplap – om den term te bezigen die voor beleefder wordt gehouden, zou ik moeten zeggen een ‘dusgenaamd inlands kind’ maar ik vraag vergunning mij te houden aan ’t spraakgebruik dat uit alliteratie[1] geboren schijnt, zonder dat ik met die uitdrukking iets beledigends bedoel, en wat betekent het woord dan ook? – een liplap heeft veel goeds.”

[1] Gelijkheid der beginmedeklinkers (hier de l).

Multatuli: Max Havelaar. Of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Verzorgd en toegelicht door Dr.G.W.Huygens.– Antwerpen: Ontwikkeling 1967, p.87.

Nachtegaal in donker woud

“Als er na dit alles een kind langskomt en het leest, en het na lezing zich eigen maakt, en er trouw aan is (of ontrouw, om het even) en het herinterpreteert en het meeneemt op zijn reis naar de rand, en beide worden erdoor verrijkt en het kind voegt een pond aan waarde toe aan de oorspronkelijke waarde ervan, dan hebben we iets voor ons, een machine of een boek, in staat om tot alle mensen te spreken: niet een geploegd veld of een berg, niet een beeld van een donker woud maar het donker woud, niet een zwerm vogels maar de Nachtegaal.”

Eigen vertaling van:

“If after all of this a kid comes along and reads it, and after reading makes it his own, and is faithful to it (or unfaithful, whichever) and reinterprets it and accompanies it on its voyage to the edge, and both are enriched and the kid adds an ounce of value to its original value, then we have something before us, a machine or a book, capable of speaking to all human beings; not a plowed field but a mountain, not the image of a dark forest but the dark forest, not a flock of birds but the Nightingale.”

Roberto Bolano: Translation Is an Anvil. Zie ook hier.- In: Between Parentheses. Essays, articles and speeches 1998-2003.– New Directions 2011.

Stillezen

“Dan bleven wij lange tijd zwijgend zitten – want wie zou hem, zó in zijn bezigheid verdiept, lastig hebben durven vallen ? – en gingen dan maar weg, veronderstellend dat hij nu net in die korte tijd, die hij kreeg om zijn geest wat op verhaal te laten komen, vrij wilde zijn van de drukte van andermans aangelegenheden en dat hij dan niet van zijn eigen bezigheid wilde weggeroepen worden.”

Aurelius Augustinus over Ambrosius van Milaan die leest (Confessiones. Boek VI; 3) in de vertaling van Gerard Wijdeveld (Ambo 1988).

Broekmans

“Er was eens lang geleden in die goeie beste ouwe tijd een kakoetjeboe dat de weg af kwam en dat kakoetjeboe dat de weg af kwam, kwam een fijnfijn knulletje tegen dat baby broekmans heette…”

Eerste zin uit James Joyces “Zelfportret van de kunstenaar als jonge man”, vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, en pas uitgegeven bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, zie ook hier.

In 1972 deden Geraldine Franken en Leo Knuth het als volgt (bij De Bezige Bij):

“Eens in langvervlogen tijden en hoe goed waren die tijden niet kwam er een moekoe door de straat en deze moekoe die zo maar eens door de straat kwam ontmoette een lief ietepieterige ventje dat baby toekoe heette…”

Het origineel van 1916 gaat als volgt:

“Once upon a time and a very good time it was there was a moocow coming down along the road and this moocow that was coming down along the road met a nicens little boy named baby tuckoo…”

Ik ben op zoek naar de versie van Max Schuhart in “Het portret van de jonge kunstenaar” (Rotterdam: Ad. Donker 1962) waarmee Joyce mij in langvervlogen tijden tegemoetkwam, en compleet van mijn sokken blies.